Schilder je team op een groot schilderij in de stijl van De Nachtwacht van Rembrandt van Rijn!

Rembrandt van Rijn

In 2006 is het 400 jaar geleden dat Rembrandt van Rijn werd geboren. Schilderworkshop.nl viert het Rembrandtjaar met een keur aan workshopactiviteiten rond Rembrandts leven en werk, waaronder Portretschilderen in het Licht van Rembrandt..

De viering van Rembrandts 400e geboortejaar in 2006
In 2006 is het vierhonderd jaar geleden dat Rembrandt van Rijn (1606-1669) werd geboren. Deze gebeurtenis zal landelijk worden herdacht met speciale workshops en andere activiteiten. Ten behoeve van het onderwijs wordt een speciale jubileumeditie van de succesvolle Rembrandtkrant uitgegeven waar Schilderworkshop.nl op aan zal sluiten.

Educatief programma
Voor het jaar 2006 ontwikkelt het Sylvia Dekker een educatieve workshop rond Rembrandts leven en werk. Daarin staan Rembrandts manier van kijken en schilderen centraal.

 


Rembrandt, voluit: Rembrandt Harmensz. van Rijn (Leiden 15 juli 1606 ­ Amsterdam 4 okt. 1669), Noord-Nederlands schilder, tekenaar en etser, algemeen beschouwd als de grootste schilder van de Nederlandse Gouden Eeuw.

Zijn leven

Rembrandt was de zoon van de molenaar Harmen Gerritsz van Rijn en van de bakkersdochter Neeltgen Willemsdr. van Zuytbrouck. Gedurende een jaar (1620) was hij ingeschreven aan de Academie in Leiden en werd daarna leerling van Jacob van Swanenburg in Leiden (ca. 1621­1623?), van Pieter Pietersz. Lastman in Amsterdam (1624 of/en 1625). Vanaf 1625 deelde hij als zelfstandig schilder in Leiden een werkplaats met Jan Lievens.

In juli 1632 wordt hij voor het eerst in Amsterdam vermeld als logerend bij de kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh. Op 6 juni 1633 trouwde hij met diens nicht Saskia. In 1639 kocht hij een huis (het huidige, sindsdien inwendig gewijzigde Rembrandthuis, Jodenbreestraat 4­6, Amsterdam). Van de vier kinderen die het echtpaar kreeg, bleef alleen Titus (1641­1668) in leven. Na de dood van Saskia (1642) raakte Rembrandt in financiële en persoonlijke moeilijkheden. Men neemt aan dat Hendrickje Stoffels reeds ca. 1645 bij Rembrandt is komen wonen. Samen kregen ze een dochter.

Onjuist is de opvatting dat Rembrandt in armoede gestorven is. Na zijn zgn. faillissement, dwz. de boedelafstand, heeft hij nog verscheidene belangrijke opdrachten gekregen, terwijl hij tevens handel dreef met zowel eigen etswerk als oude kunst. Zijn stoffelijk overschot werd op 8 okt. 1669 in de Westerkerk te Amsterdam bijgezet.

Zijn werk
We verdelen zijn werk in verschillende periodes.

Leidse tijd voor 1632
In Rembrandts' vroege schilderijen zien we duidelijk de invloed van zijn leermeesters Lastman, Adam Elsheimer, Gerard van Honthorst. Dit blijkt uit het bonte, aanvankelijk harde coloriet (kleurgebruik), de dramatische clair-obscur-belichting (felle belichting van details) en uit de nadruk op de uitbeelding van sterke gemoedsaandoeningen.

De meeste vroege werken zijn kleine panelen of koperplaten. Tegen 1630 werd het coloriet zachter, met een duidelijke voorliefde voor paars, bronsgroen en gedempt geel. Men kan aannemen dat zijn etstechniek zijn vroege schildertechniek beïnvloed heeft d.w.z. dat net als bij de etsgrond kraste en tekende hij in de nog natte verflaag om bijv. de haargroei of het bont aan te geven. Het vroegst gedateerde schilderij uit deze periode is de Steniging van Stefanus (1625; Musée des Beaux-Arts, Lyon).

Onder de tekeningen vallen de vlugge, maar trefzekere schetsen van bijbelse voorstellingen en uitgewerkte studies van oude mannen met baard op. Zij zijn doorgaans in zwart en/of rood krijt uitgevoerd.

Amsterdamse tijd voor 1632-1640
De schilderijen uit deze meest barokke periode zijn breed en met veel bravour opgebouwd. Na de 'Anatomische les van dr. Tulp' uit 1632 ontstond een lange reeks portretten van welgestelde, soms zeer modieus geklede Amsterdamse burgers. Voor stadhouder Frederik Hendrik maakte Rembrandt een reeks van vijf betrekkelijk kleine passietaferelen. Het coloriet wordt geleidelijk gedempter, de tonaliteit wordt vaak bepaald door goudbruin, rood dat aan koper doet denken, zachtblauw, violet, mosgroen, geel, terwijl vele soorten zwart, zoals violetzwart, zorgen voor de contrastwerking. Vanaf 1632 zijn de schilderijen voluit met Rembrandt gesigneerd.

De Middenperiode 1640-1650
In de schilderijen (overigens ook in de tekeningen) wordt de plaatsing van de figuren goed bestudeerd. Hoogtepunt is het in 1642 voltooide Korporaalschap van kapitein Banningh Cock, de Nachtwacht. De bijbelse voorstellingen, waaronder vier schilderijen van de Heilige Familie, munten uit door eenvoudige huiselijke sfeer en rustige compositie en gaan meestal op naar het leven gemaakte penkrabbels terug. Ook zijn indringende portretten worden minder theatraal.

De belangrijkste vernieuwing in de tekeningen wordt gevormd door de landschappen vanaf 1640, gemaakt op wandelingen in de omgeving van Amsterdam of in Amersfoort en Rhenen. Deze weergaven van het Hollandse landschap getuigen van een zeldzaam raffinement.

De terugkeer tot de natuur spiegelt zich ook in de etsen af. Het werk van de etsnaald wordt anders, schijnbaar minder uitvoerig, maar uitgebreid door het gebruik van de droge naald. Van het papier zijn grotere partijen uitgespaard als contrast met de gradueel donkere dichtheid van de parallelle of van de kruisarceringen; de plaats van de in deze lichtpartijen met droge naald zuiver getekende figuren wordt van nu af steeds belangrijker.

De late werken 1650-1669
In deze laatste periode is Rembrandts schilderkunst tot volle ontplooiing en rijpheid gekomen. De kleur van de schilderijen is nog dieper en rijker, de werkwijze afwisselender. De kleuren diep rood, bruin en goudgeel krijgen de voorkeur. De verf wordt steeds dikker en breder aangebracht.

In zijn tekeningen zette Rembrandt in het begin van de jaren vijftig zijn studies van het landschap voort.

Bron: Encarta encyclopedie

 


Rembrandt van Rijn werd op 15 juli 1606 in Leiden geboren als zesde kind (van negen) van molenaar Harmen Gerritszoon van Rijn en bakkersdochter Neeltje Willemsdochter van Zuytbrouck.

Van 1620 tot in 1623 was Rembrandt in Leiden in de leer bij de schilder Jacob van Swanenburgh en in 1624-25 een halfjaar bij de Amsterdamse historieschilder Pieter Lastman. Vanaf 1625 werkte hij in Leiden als zelfstandig schilder in een ateliergemeenschap met zijn vriend Jan Lievens.
In 1631 verhuisde Rembrandt van Rijn naar Amsterdam, waar hij tot zijn dood bleef wonen.

In Amsterdam kreeg Rembrandt van Rijn al snel roem en aanzien. Rembrandt had een duidelijke eigen stijl waarmee hij zich onderscheidde van zijn tijdgenoten. Hij werd vooral beroemd met de wijze waarop hij het licht op zijn onderwerp liet vallen. Een soort 'spotlight' effect.

De meeste vroege werken zijn kleine panelen of koperplaten. Het vroegst gedateerde schilderij uit deze periode is de Steniging van Stefanus(1625). De eerste etsen uit 1626 worden nog gekenmerkt door een grove schetsmatigheid, maar in 1628 had Rembrandt de techniek volledig onder de knie. In de barokke periode van 1632 tot 1640 zijn de schilderijen breed en met veel bravour opgebouwd.

Na de anatomische les van dr. Nicolaes Tulp in 1632 ontstond een lange reeks portretten van welgestelde Amsterdamse burgers, theatrale portretten van oosterlingen en mythologische figuren. Voor stadhouder Frederik Hendrik maakte Rembrandt een reeks van vijf kleine passietaferelen. Hoogtepunt op het gebied van regie van personen en het gebruik van lichteffecten is het in 1642 voltooide 'Het korporaalschap van kapitein Frans Banning Cocq', dat als de Nachtwacht bekend is geworden. Schilderijen van meesters als Rafaël en Titiaan hebben vanaf 1640 Rembrandts verdere ontwikkeling medebepaald. In de laatste periode van 1650 tot 1669 was Rembrandts schilderkunst tot volle ontplooiing en rijpheid gekomen. De kleuren van de schilderijen zijn nog dieper en rijker.

Op 22 juni 1634 trouwde Rembrandt met Saskia van Uylenburgh. Van de vier kinderen uit dit huwelijk bleef alleen zijn in 1641 geboren zoon Titus in leven. Na 8 jaar huwelijk overleed Saskia op 14 juni 1642, nog geen 30 jaar oud, aan tbc. In 1647 kwam Hendrickje Stoffels als dienstmeisje bij Rembrandt wonen. Zij werd later zijn geliefde en in 1654 werd hun dochter Cornelia geboren.

Er braken moeilijke tijden aan voor Rembrandt. Door zijn eigenzinnige manier van werken raakte hij uit de gratie bij de gegoede burgerij en mede door zijn verzamel passie van kunst en kostuums (die hij vaak in zijn schilderijen gebruikte) en te dure huis kwam hij in geld problemen. Uiteindelijk werd hij in 1656 failliet verklaard. Vier jaar later stichten Hendrickje Stoffels en zijn zoon Titus een soort vennootschap en zetten een kunsthandel op, waarvoor Rembrandt ging werken.

Hendrickje overleed op 24 juli 1663 en zijn zoon Titus in 1668 aan de pest. Rembrandt overleed op 4 oktober 1669 en werd in de Westerkerk in Amsterdam begraven.

In zijn laatste jaren produceerde Rembrandt een aantal meesterwerken, zoals de Staalmeesters (1662), David en Saul (1663), het joodse bruidje (1667) en een aantal zelfportretten. Van Rembrandt zijn ongeveer 400 schilderijen, 300 etsen en 1200 tekeningen bekend. Tot zijn vele leerlingen behoorden o.a. Gerard Dou, Ferdinand Bol, Carel Fabritius en Govaert Flinck. Rembrandt wordt beschouwd als de grootste (meester) schilder van de Hollandse schilderskunst in de 17e (gouden) eeuw.